Inhoudsopgave:

  1. Welke organen en weefsels doneren?
  2. Wat gebeurt er met het lichaam na orgaandonatie?
  3. Welke donoren zijn er?
  4. Hoe snel na overlijden orgaandonatie?
  5. Welke problemen kunnen voorkomen bij transplantaties?

Welke organen en weefsels doneren?

Sommige organen en weefsels zijn geschikt voor transplantatie. Bij orgaandonatie gaat het om: hart, nieren, lever, longen, alvleesklier en darmen. Bij weefseldonatie zijn vooral geschikt: huid, botweefsel, oogweefsel, hartkleppen, bloedvaten en zenuwweefsel.

Wat gebeurt er met het lichaam na orgaandonatie?

Tijdens en na de onderzoeken krijgt het hart zuurstof door de machine en kan het blijven kloppen. Doordat het hart en de organen zuurstof krijgen, blijft donatie van organen mogelijk. De borstkas gaat op en neer, het hart klopt en het lichaam is warm. Toch is de patiënt medisch en voor de wet echt dood.

Welke donoren zijn er?

Daarom kun je naast bloed ook andere soorten donaties geven: plasma, bloedplaatjes en stamcellen.
  • Plasma doneren. ...
  • Bloedplaatjes doneren. ...
  • Stamcellen doneren. ...
  • Navelstrengbloed doneren. ...
  • Bloed doneren voor jezelf. ...
  • Restmateriaal voor medisch-wetenschappelijk onderzoek.

Hoe snel na overlijden orgaandonatie?

Donatie vind plaats na overlijden. De procedure voor orgaandonatie begint echter zodra het duidelijk is dat iemand niet meer beter wordt. Het moet vaststaan dat verder behandelen geen zin meer heeft. De patiënt gaat overlijden en er is niets meer aan te doen.

Welke problemen kunnen voorkomen bij transplantaties?

Na een transplantatie willen patiënten zo snel mogelijk beter worden. Om afstoting te voorkomen moeten ze dagelijks medicatie tot zich nemen. Helaas hebben bepaalde medicijnen nare bijwerkingen, zoals haaruitval, gewichtstoename of zelfs het krijgen van diabetes of huidkanker.