Inhoudsopgave:

  1. Wat is een ander woord voor louter?
  2. Wat zijn louter feiten?
  3. Wat betekent louter informatief?
  4. Waar komt louter vandaan?
  5. Wat betekent louter paardje?
  6. Wat is het synoniem van uitsluitend?
  7. Wat is een retoriek?
  8. Wat is appelleren?
  9. Wat is corpsbal?
  10. Wat is de betekenis van uitsluitend?
  11. Hoe schrijf je retoriek?

Wat is een ander woord voor louter?

Louter is een bijwoord en betekent 'enkel en alleen'. Synoniemen van louter zijn: slechts, puur en zuiver.

Wat zijn louter feiten?

bn., rein, zuiver, onvermengd: louter zilver; louter goud; (van onstoff. zaken) de loutere waarheid; van louter plezier; met loutere genade; 2.

Wat betekent louter informatief?

zuiver informatief. bedoeld om u er een idee van te geven.

Waar komt louter vandaan?

louter 'zuiver, puur' [1599; Kil.]. Als bijwoord vooral in de verzwakte betekenis 'slechts, alleen' [1676; WNT]. Ontleend aan Hoogduits lauter 'zuiver'.

Wat betekent louter paardje?

Een ander woord voor vriend. Voorbeeld: Louter paardje amice!

Wat is het synoniem van uitsluitend?

alleen, uitsluitend. enkel (bw) : alleen, alleen maar, bloot, eenvoudigweg, gewoonweg, louter, puur, slechts, uitsluitend, zuiver.

Wat is een retoriek?

Retorica behelst de vaardigheid van het effectief spreken en schrijven, waarbij het doel is om anderen te overtuigen. Retorica kan zowel betrekking hebben op de theorie, de leer van welbespraaktheid, als de praktijk, het overtuigen van anderen.

Wat is appelleren?

appelleren - Werkwoord 1. (inerg) ~aan een beroep doen op, speculeren op ♢ Zij appelleerden aan zijn vaderlandsliefde. 2. (inerg) (juridisch) ~ van in hoger beroep gaan, in appel gaan ♢ ..

Wat is corpsbal?

(1957) (ook: corpspik) (pej.) bekakt lid van een studentencorps. Zie ook: hockeybal* en bal*.

Wat is de betekenis van uitsluitend?

Uitsluitend is een bijvoeglijk naamwoord en betekent enkel en alleen. Synoniemen zijn exclusief, slechts, enig, louter en enkel.

Hoe schrijf je retoriek?

de retoriek retorieken (meerv.) de leer van de welsprekendheid. [taalwetenschap] Oorspronkelijk bij de oude Grieken de leer der welsprekendheid. De tegenwoordige betekenis is minder gunstig: bombastisch en gezwollen taalgebruik.