Inhoudsopgave:

  1. Wat is een observationele studie?
  2. Wat is observationeel?
  3. Waarom observationeel onderzoek?
  4. Wat is een observationeel design?
  5. Waarom een dubbelblind onderzoek?
  6. Waarom een RCT?
  7. Hoe weet je of iets een confounder is?

Wat is een observationele studie?

Onderzoek waarbij geen interventie of experimentele behandeling wordt getoetst noemt men observationeel onderzoek. Vormen van observationeel onderzoek zijn cohortonderzoek, dwarsdoorsnedeonderzoek, case-control onderzoek en ecologisch onderzoek.

Wat is observationeel?

Onderzoek waarbij de onderzoeker zich beperkt tot het verrichten van waarnemingen. Hierbij vindt dus actieve interventie plaats door de onderzoeker (bijvoorbeeld behandeling). Vormen van observationeel onderzoek zijn: cohortonderzoek, dwarsdoorsnedeonderzoek, patiënt-controleonderzoek en ecologisch onderzoek.

Waarom observationeel onderzoek?

In een observationele studie wordt de keuze voor een behandeling, onafhankelijk van de onderzoekers, bepaald door zorgverleners in de (gangbare) medische praktijk. Hoe en waarom voor een bepaalde behandeling is gekozen, zijn factoren waarop onderzoekers geen invloed hebben.

Wat is een observationeel design?

Als een design geen enkele manipulatie bevat (en deelnemers dus niet worden gemanipuleerd), dan betreft het geen experimenteel design (het andere uiterste van de eerste dimensie). Zulke designs worden 'observationeel' of 'correlationeel' genoemd.

Waarom een dubbelblind onderzoek?

Bij een dubbel blind onderzoek zijn noch de onderzoekers noch de deelnemers aan het onderzoek op de hoogte van de toegewezen behandelingsvorm. Deze procedure wordt toegepast bij klinische studies om te voorkomen dat de uitkomst van het onderzoek wordt beïnvloed door kennis van de groep waarin een patiënt is ingedeeld.

Waarom een RCT?

Er zijn goede redenen om de RCT-methode als gouden standaard te beschouwen voor medisch onderzoek bij patiënten. Bij een RCT worden patiënten willekeurig verdeeld ('gerandomiseerd') over twee onderzoeksgroepen: een zogeheten interventiegroep en een controlegroep.

Hoe weet je of iets een confounder is?

Je spreekt van een confounder als een variabele aan drie voorwaarden voldoet: het moet invloed hebben op je uitkomstvariabele, oftewel het vormt een risicofactor. De uitkomstvariabele is de afhankelijke variabele. Je onderzoekt onafhankelijk variabelen (determinanten) die hier een verband mee hebben.