Inhoudsopgave:

  1. Wie rijd of rijdt?
  2. Is rijdt met dt of D?
  3. Wat is de verleden tijd van rijdt?
  4. Is u met dt?
  5. Wat is verleden tijd van bekeuren?

Wie rijd of rijdt?

Simpel gezegd: het werkwoord zonder de –n of de –en. Dus in het geval van rijden is dat rijd. En juist doordat dat hetzelfde klinkt als rijdt (of zelfs als rijt), ontstaat de verwarring. Bijvoorbeeld ook bij 'onthouden' en 'opladen'.

Is rijdt met dt of D?

Antwoord. U rijdt is correct.

Wat is de verleden tijd van rijdt?

rijden/vervoeging
vervoeging van de bedrijvende vorm van rijden
onbepaalde wijs
tegenwoordig (o.t.t.)rijd / rijrijdt
verleden (o.v.t.)reedreed
toekomend (o.t.t.t.)zal rijdenzult/zal rijden

Is u met dt?

U is een persoonlijk voornaamwoord, de beleefdheidsvorm van de tweede persoon enkelvoud. In de tweede persoon enkelvoud komt er een t achter de stam (vind). Je krijgt dan: u vindt. Ook wanneer het onderwerp u ná het werkwoord komt, schrijven we een t achter de stam: wat vindt u van de nieuwe minister?

Wat is verleden tijd van bekeuren?

bekeuren/vervoeging
vervoeging van de bedrijvende vorm van bekeuren
onbepaalde wijslang
tegenwoordig (o.t.t.)bekeurbekeuren
verleden (o.v.t.)bekeurdebekeurden
toekomend (o.t.t.t.)zal bekeurenzullen bekeuren