Inhoudsopgave:

  1. Wat is geschapen?
  2. Is het schiep of schepte?
  3. Wat is de verleden tijd van voorzeggen?
  4. Heeft voorzegd?
  5. Heeft voorzegt?
  6. Is voorzegt of voorzegd?
  7. Is het waaiden of woeien?
  8. Wat betekent joegen?
  9. Wat is verleden tijd van jagen?

Wat is geschapen?

Scheppen - schiep - geschapen betekent 'creëren, maken'. Deze betekenis is van toepassing in bijvoorbeeld: Zij schiep een geheel eigen sfeer in haar appartement.

Is het schiep of schepte?

Afhankelijk van de betekenis wordt het werkwoord scheppen regelmatig (schepte, geschept) of onregelmatig (schiep, geschapen) vervoegd. In de betekenis 'putten, ergens uit halen' of 'verwerven, opdoen' wordt scheppen regelmatig vervoegd. Hij schept water uit de put.

Wat is de verleden tijd van voorzeggen?

voorzeggen/vervoeging
vervoeging van de bedrijvende vorm van voorzeggen
onbepaalde wijs
tegenwoordig (o.t.t.)zeg voorzegt voor
verleden (o.v.t.)zegde voor zei voorzegde voor zei voor
toekomend (o.t.t.t.)zal voorzeggenzult/zal voorzeggen

Heeft voorzegd?

voorzeggen/vervoeging
vervoeging van de bedrijvende vorm van voorzeggen
onbepaalde wijskort
tegenwoordig (v.t.t.)heb voorgezegdhebt/heeft voorgezegd
verleden (v.v.t.)had voorgezegdhad voorgezegd
toekomend (v.t.t.t.)zal voorgezegd hebbenzult/zal voorgezegd hebben

Heeft voorzegt?

VOORZEGGEN - (zeide voor, heeft voorgezegd of voorgezeid), voor een ander zeggen, influisteren : men heeft hem alle antwoorden voorgezegd ; — aan een ander (iets) opzeggen of voorlezen om te laten nazeggen of naschrijven: iem. een brief voorzeggen, dicteeren; —, (voorzeide, heeft voorzegd of voorzeid), voorspellen.

Is voorzegt of voorzegd?

voorzeggen/vervoeging
vervoeging van de bedrijvende vorm van voorzeggen
onbepaalde wijs
tegenwoordig (o.t.t.)voorzegvoorzegt
verleden (o.v.t.)voorzegde voorzeivoorzegde voorzei
toekomend (o.t.t.t.)zal voorzeggen voor zal zeggenzult/zal voorzeggen voor zult/zal zeggen

Is het waaiden of woeien?

Het kan allebei. Er zijn twee soorten werkwoorden: zwakke en sterke. Die eerste groep is veruit in de meerderheid. Bij zwakke werkwoorden verandert de klinker in de verleden tijd niet.

Wat betekent joegen?

jagen = dieren achternazitten om ze te vangen of te doden vb: ze joegen op wilde eendenze dwingen een bepaalde kant op de gaan vb: de boer joeg de koeien de schuur insnel gaan, snel bewegen vb: de wolken joegen voorbij...

Wat is verleden tijd van jagen?

Het werkwoord jagen heeft twee verleden tijden: jaagde en joeg. Het heeft onder meer de betekenissen 'vervolgen om het buit te maken en te doden' en 'dwingen om te gaan, drijven, verdrijven'. De zwakke vorm jaagde is het oudst; in de zestiende eeuw kwam de sterke vorm joeg ook in gebruik.